|
Dag 2: zondag 21 november
We ontmoeten elkaar bij het
ontbijt en maken kort kennis. We zijn allemaal vrij
rustig en stil, maar ik geloof dat het wel een leuke
groep is. We vertrekken al meteen na het ontbijt. Ik ben
te laat, Gail zei dat we nog wel even naar de supermarkt
konden, maar die bleek verder te zijn dan ik dacht.
Gelukkig zijn we nog op tijd voor
de bus maar Chichén Itzá.

Het is een gewone lijnbus, maar
er zitten bijna alleen toeristen in. Het is een relaxte
tocht: een bijna rechte weg, een chauffeur die zich aan
de maximumsnelheid houdt. Heel wat prettiger dan in
Peru! Maar tegelijk mis ik dat chaotische, dat
bizarre ook wel een beetje.

Chichén Itzá is een
waar gekkenhuis. Vreselijk vol met toeristen. We hebben
een gids die vrij aardig vertelt, maar niet zo
gedetailleerd. Er is maar weinig dat we nog niet
wisten uit de Lonely Planet.

Het laatste uur mogen we zelf
rondlopen. Ik wandel rond met Liz. Zij heeft haar Lonely
Planet bij de hand, dus we kunnen nog eens
lezen wat we allemaal zien.

We vinden allebei dat het er niet
'voelt' zoals bij veel andere oude ruďnes. Waarschijnlijk komt
dat door al die mensen.
De grootste piramide van Chichén
Itzá is weel erg mooi. Je kunt er
over de wijde omtrek uitkijken.

Het is wel een eindje
omhoog; de treetjes zijn erg smal en hoog, maar het is
wel goed te doen. Liz vindt omlaag het moeilijkste, en
dat is het ook. we horen dat er per jaar 18 mensen naar
beneden vallen. Daar kun je beter niet aan
denken terwijl je omhoog klautert.

Je kunt ook de binnenkant van de
piramide bekijken. Eerst een half uur in de rij. Liz is
bang dat we niet op tijd terug zijn bij de bus (tja dat
is een van de nadelen van een groepsvakantie,
echt vrij ben je niet).
Er wordt gewaarschuwd dat
ouderen, hart- en astmapatienten beter niet naar binnen
kunnen gaan. Het vocht druipt langs de muren naar
beneden en het is er inderdaad erg benauwd. De trap is
net zo steil als die aan de buitenkant, maar omdat er
muren en een plafond zijn is het niet zo eng. Bovenaan
staat een beeldje. We denken even 'is dat nu alles', maar het
is eigenlijk toch wel mooi.

In de bus naar Mérida
wordt een film vertoond. De naam ontgaat me, maar het is
die bekende film over een bankrover die vrijkomt en dan
in de eerste bank die hij binnengaat, wordt gegijzeld
door een klunzige bankrover. Ik ken hem al,
maar hij blijft wel grappig.
Mérida is een mooie stad,
eindelijk een beetje Latijns Amerika zoals ik het ken:
beetje chaotisch, druk maar sfeervol.
Gail wil ons meenemen naar een
leuk restaurant dat ze kent, maar dat blijkt gesloten te
zijn. Misschien maar beter, nu lopen we gezellig wat
rond. Gail stelde ook nog voor om kennis te maken met de
andere GAP-groep die in het zelfde hotel logeert. Ik
protesteer daartegen. De anderen zeggen dat ze het ook
niet zagen zitten. Ik hoop maar
dat dat echt zo is.
We vinden een leuk restaurantje
op een pleintje, waar muzikanten gezellig wat staan te
spelen. Later komen er nog twee andere artiesten bij die
dansen en moelijk doen met balletjes aan elastiek, die
ze ritmisch op de grond slaan. Wel mooi. Ze steken de boel
zelfs in de brand; spectaculair.

Gek is dat, hoe snel zo'n groep een
eenheid begint te worden. Niet dat we nu al zoveel over
elkaar weten, maar het voelt wel alsof we al een hele
tijd met elkaar optrekken. De groep is nog wel een
beetje stil. Aan de andere kant krijg ik daardoor zelf
wel meer ruimte aanwezig te zijn. ik voel me hier wel op m'n gemak. En we
maken genoeg lol met elkaar.

Op een plein recht achter het
hotel is een festival bezig. Leuk om te zien hoe
iedereen uitgedost is in nette
kleding en zich enorm vermaakt.

's Avonds heb ik even tijd om te internetten.
Er zit een cybercafé recht tegenover ons hotel.
Echt zoals een internetcafe hoort te zijn: met
internet en café. Heerlijke sterke koffie. Nu
weet ook thuis iedereen dat ik ben aangekomen
en dat het goed gaat. |